Aanschaf van perslucht

Persluchtmaskers:

Sinds half jaren 60 werd er door de toenmalige “Inspectie voor het brandweerwezen” bij de brandweerkorpsen op aan gedrongen om persluchtmaskers aan te schaffen.

Bij de jaarlijkse inspectie van de brandweermaterieel werd hier dan ook weer consequent in ieder rapport op gewezen.

Brief inspectie 27 april 1967

Op 12 september 1967 heeft de toenmalige gemeente architect/brandweer commandant dhr. v.d. Kooi een brief gesreven aan het college waarin hij de nut en noodzaak van persluchtmaskers niet inzag en hij schreef dan ook dat het niet verantwoord was over te gaan tot aanschaf van persluchtmaskers.

Brief aan het college 12-09-1969 (pagina 1)
Brief aan het college 12-09-1969 (pagina 2) 

De heer v.d. Kooi had informatie ingewonnen bij omliggende brandweerkorpsen en hieruit was naar voren gekomen dat deze korpsen al enkele jaren persluchtmaskers in hun bezit hadden maar nog nooit hadden gebruikt. Hij vroeg zich dan ook hardop af wat de brandweer van Gieten dan moest met persluchtmaskers.

Tevens was er een probleem om de persluchtmaskers op te bergen in de brandweerauto. Deze was gewoon hiervoor niet in te richten. Er werd ondermeer geschreven dat er al enkele jaren meer behoefte bestond aan poeder en koolzuursneeuw blustoestellen en ook deze konden niet in de auto opgeborgen worden.

Het heeft nog half jaren 70 geduurd voordat de brandweer Gieten over persluchtmaskers kon beschikken. De persluchtmaskers werden toch nog ingebouwd in de oude GMC, wat eigenlijk door de kleine ruimte in de manschappencabine niet mogelijk was.

De natte zakdoek voor de mond werd hiermee dus vervangen door echte persluchtmaskers.

De aangeschafte toestellen waren van het type Dräger PA54 en waren voorzien van 6 liter 300 bar stalen cilinders. Voor de gelaatsmaskers werd gekozen voor de Dräger Kareta-Nova

Bijgaande foto’s geven een beeld van de ingebruikname van de toestellen.


Terug