Brandweer gedicht

Wij zouden  graag willen

Wij zouden graag willen, dat je begrijpt, hoe het is om 's morgens naar je werk te gaan, nadat je bijna
de gehele nacht bezig geweest bent een grote brand te blussen, waarbij vele dieren verbrand zijn.

Wij zouden graag willen, dat je het verdriet van de zakenman of van de boer zou kunnen zien, nadat zijn
fabriek of zijn boerderij afgebrand is.

Wij zouden graag willen, dat je zou kunnen voelen hoe het is, wanneer je in een slaapkamer die in brand
staat naar kinderen moet zoeken, die daarin opgesloten zijn.
 

Wij zouden graag willen, dat je er een keer bij zou kunnen zijn, wanneer de arts je vertelt dat een
5-jarig meisje gestorven is, nadat je minuten geprobeerd hebt haar leven te redden.

Wij zouden graag willen, dat je na een ongeluk de ouders zou kunnen zien, wanneer ik samen met een
politieagent met de pet in de hand voor de deur sta.
 

Wij zouden graag willen, dat je een keer zou kunnen voelen hoe het is thuis te komen, je man of vrouw te begroeten, maar geen moed hebt hem of haar te vertellen, dat je deze keer bijna niet teruggekomen was.

Wij zouden graag willen, dat jij de fysieke, emotionele en mentale belasting met alle tragedies die daarmee verbonden zijn zou kunnen voorstellen, beelden, die ik met mijn eigen ogen gezien heb,
en die ik nooit meer vergeten kan.

Wij zouden graag willen, dat je erbij zou kunnen zijn, wanneer een kleine kind na een jaar uit het
ziekenhuis komt, en zich dan bedankt voor zijn redding.
 

Wij zouden graag willen, dat je de tevredenheid zou kunnen voelen, wanneer je een leven of de persoonlijke goederen van iemand gered hebt.

Zolang je dit zelf niet hebt meegemaakt, zul je noot precies kunnen begrijpen of waarderen, wie en wat wij
zijn, en wat deze opgave eigenlijk voor ons betekent.

En toch, wij de leden van de brandweerkorpsen zijn niets bijzonders.
Maar, als je ons nodig hebt, komen wij,

 Ook bij jou !

 


Een gedicht uit de jaren 50

Als over de daken een gloed komt te hangen
Van verre te zien als een rossige schijn
Dan dromen er angstige mensen samen
en vragen zich af wat en waar kan dat zijn?
Bij het zien van rook, vonken en vlammen
Verliezen zij dikwijls het nuchtere verstand
En ver in de omtrek verneemt men het klagen
O God, sta ons bij, er is brand, er is brand

Het schroeit en het walmt, de lucht is verstikkend
het loeit en het knettert in heksencadans
Het huis dat in brand staat is niet te bereiken
voor redden van have en goed is geen kans
Bewoners, gewond soms, zij beven en huilen
veelal gekleed nog in nachtelijk gewaad
Beroofd van hetgeen zij bezaten op aarde
staan ze ontredderd en kleumend op straat

Men schreeuwt om een dokter en hulp van de buren
die komen met emmers vol water al aan
Maar tegen zo'n vuurzee is niets te beginnen
men kan er slechts werkeloos bij blijven staan
Uit ramen en dak trekken zuigend de vlammen
zij hebben het ongelukshuis in hun macht
En zullen nu alles waarvan het gebouwd is
wellustig vernielen met groeiende kracht
 

Maar hoor ! Het geluid van een schelle sirene
een auto snelt aan in razende vaart
Zij giert door een bocht en plotseling remmend 
is al 't geweld van haar snelheid bedaard
Bemand is de wagen met sombere kerels
met laarzen en helmen, sinister en zwaar
De kaken opeen in een mannelijk zwijgen
de Brandweer, Goddank, die staat dag en nacht klaar
 

Er klinken verbeten wat korte commando's 
reeds strekken de slangen zich uit voor het pand
Een ladder verrijst en de reppende mannen
die storten het water direct in de brand
Zij sterken elkaar door de kracht van het voorbeeld
bezield door een bovennatuurlijke moed
Zij klimmen en werken en hijgen en zweten
verlicht en verhit door de laaiende gloed
 

De angstige mensen zijn rustig geworden
het vuur is bedwongen, men ademt weer vrij
Verdriet om het verlies is natuurlijk gebleven
maar nu zijn tenminste gevaren voorbij
 
Vol achting beziet men de zwarte gestalten
met roet op de handen en in het gezicht
De mannen der Brandweer, wij hebben hen nodig
zij staan op hun post en kennen hun plicht !

 
 Terug