Oefeningen

Oefenfilosofie:

Het belangrijkste doel van oefen is het op peil houden en verdiepen van vaardigheden. Het gaat erom regelmatig handelingen te herhalen, waardoor de brandweermedewerkers vakbekwaam worden en ook blijven. Daarnaast kunnen zij door middel van oefeningen nieuwe werkmethoden uitproberen en zodoende hun vaardigheden uitbreiden.

Daarom is oefenen geen restactiviteit, maar moet het oefenen gezien worden als een kernactiviteit van de brandweer.

Na het volgen van een brandweeropleiding heeft iedere medewerker een basisniveau van kennis, beroepshouding en vaardigheden bereikt. Deze vaardigheden moeten onderhouden en verdiept worden. Frequent oefenen is noodzakelijk om een goed functioneren van de brandweer te garanderen. Tijdens het oefenen leren de brandweermedewerkers om de verworven vaardigheden ook in teamverband toe te passen in uiteenlopende en complexe situaties.

Oefenen helpt tevens om de samenwerking tussen andere hulpverlenende diensten te optimaliseren. De brandweer treedt bijna altijd op in combinatie met andere hulpverlenende diensten zoals politie en de ambulancediensten.
Naarmate een incident groter is, zijn er meer organisaties bij betrokken. De brandweer moet zich dan niet alleen richten op haar eigen taken, maar ook samenwerking met de andere diensten. Dit geldt ook bij de oefeningen, regelmatig zal dan ook multidisciplinair geoefend moeten worden.

Tot slot is oefenen een beleidsinstrument waarmee de kwaliteit van het repressief optreden kan worden vergroot. Er wordt bij het oefenen gekeken naar de effectiviteit van de inzet en naar de veiligheid, omdat deze factoren tijdens repressief optreden van levensbelang zijn voor slachtoffers en brandweermedewerkers.

Door o.a. alle maatschappelijke veranderingen is het oefenen bij de brandweer de laatste jaren enorm uitgebreid. Oefende men in de jaren 70/80 gemiddeld één keer per maand, tegenwoordig wordt er bijna iedere week geoefend.

(bron NIFV)