Functie uitgelicht: de chauffeur/pompbediener

door | 12-10-2026 | blog

AI-illustratie van een chauffeur/pompbediener in een kaki bluspak bij het pomppaneel van een brandweerwagen van Gieten.

In de vorige editie van Functie uitgelicht vertelden we over het werk van de bevelvoerder. Deze keer schuiven we een stoel op in de cabine. We kijken mee met de chauffeur/pompbediener: de collega die ons naar het incident brengt en bij een brand de watervoorziening bewaakt. Wat vraagt dat werk onderweg? En wat gebeurt er bij het bedieningspaneel van de tankautospuit?

Rust achter het stuur

Als we met zwaailicht en sirene onderweg zijn, moet de chauffeur voortdurend vooruitkijken. Wat doet het verkeer? Heeft die fietser ons gezien? Is er genoeg ruimte om veilig te passeren? Andere weggebruikers reageren soms anders dan verwacht. Rustig blijven en voorspelbaar rijden zijn daarom belangrijke onderdelen van het vak.

De chauffeur stemt het rijden af op het voertuig, het verkeer en de omstandigheden. Ook wanneer er haast is, blijft veilig aankomen het uitgangspunt. We willen met de hele ploeg en al ons materiaal ter plaatse komen, zodat we daar kunnen helpen.

Een goede plek kiezen

Bij aankomst komt meteen een volgende keuze: waar zetten we de tankautospuit neer? De chauffeur stemt de opstelplaats af met de bevelvoerder. Daarbij tellen de veiligheid van de omgeving en de mogelijkheden van het voertuig mee.

Kunnen we veilig rondom de wagen werken? Zijn de spullen goed bereikbaar? Is de gekozen plek geschikt om de watervoorziening op te bouwen? De plaats waar het voertuig staat, heeft direct invloed op het werk van de ploeg.

Water op de juiste plek

Bij een brand gaat de chauffeur verder als pompbediener. De tankautospuit heeft een eigen watervoorraad, waarmee we een blussing kunnen beginnen. Die voorraad is eindig. Als meer water nodig is, zorgen we voor aanvullende aanvoer. In Drenthe spelen tankwagens daarbij een belangrijke rol. Hoe dat werkt, lees je in onze blog over de bluswatervoorziening. Voor de pompbediener blijft de opdracht hetzelfde: de aanvoer goed in de gaten houden en tijdig aangeven wat nodig is.

De pompbediener zorgt dat de pomp het water naar de ingezette slangen levert. Daarbij hoort het aflezen van de meters en het bewaken van de druk en de wateraanvoer. Verandert er iets in de waterlevering, dan moet de pompbediener dat herkennen en daarop reageren.

Contact houden met de ploeg

Bij het voertuig zie je niet altijd wat de collega’s aan het andere uiteinde van de slang meemaken. Daarom is duidelijk contact belangrijk. Wat heeft de ploeg nodig? Zijn er veranderingen in de inzet? En is er een probleem met de watervoorziening dat de bevelvoerder moet weten?

De pompbediener verdeelt de aandacht tussen de apparatuur en wat er rondom het voertuig gebeurt. Eenvoudige storingen kunnen soms ter plekke worden verholpen. Bijzonderheden moeten op tijd worden doorgegeven, zodat de ploeg daarop kan reageren. Voor ons hangt goed samenwerken dus ook af van de collega bij de wagen.

Extra handen waar nodig

In de regel blijft onze chauffeur/pompbediener bij het voertuig om de pomp en de watervoorziening te bewaken. Afhankelijk van de inzet kan deze collega ook andere taken oppakken. Dat stemmen we af met de bevelvoerder, waarbij we zorgen dat de pomp en de watervoorziening bewaakt blijven.

Soms kan de chauffeur bijvoorbeeld meehelpen met blussen, zoals bij de buiteninzet van een TA: een transitional attack. Daarbij brengen we de brand eerst van buitenaf met water terug. Vervolgens gaat de ploeg, als dat verantwoord is, naar binnen om verder te blussen. Door eerst van buitenaf in te grijpen, kunnen de omstandigheden binnen verbeteren. Een goede afstemming tussen de betrokken collega’s is daarbij belangrijk.

Ook slachtoffers opvangen en helpen bij het indelen van de werkplek kunnen tot de taken behoren. Zeker als er meerdere voertuigen aankomen, moeten we samen zorgen voor voldoende ruimte om veilig te werken en bij ons materiaal te kunnen. Zo draagt onze chauffeur/pompbediener op verschillende manieren bij aan de inzet.

Leren en blijven oefenen

Rijden met een brandweervoertuig en het bedienen van de pomp vragen ieder om eigen kennis en vaardigheden. Tijdens de opleidingen komen theorie en praktijk samen. Je leert het voertuig kennen, oefenen met verschillende omstandigheden hoort erbij en je moet laten zien dat je de taken beheerst.

Ook daarna blijft oefenen nodig. Denk aan werken met verschillende waterbronnen, het herkennen van een storing en helder communiceren wanneer er veel tegelijk gebeurt.

Weer klaar voor een melding

Na afloop maken we het voertuig samen weer inzetgereed. Gebruikt materiaal wordt gecontroleerd en waar nodig gereinigd. Schades of tekortkomingen worden gemeld. Zo loopt de verantwoordelijkheid van de chauffeur/pompbediener door tot na de terugrit. Achter het stuur en bij de pomp helpt deze collega ervoor te zorgen dat wij ons werk veilig en goed kunnen doen.

De afbeelding bij dit artikel is ter illustratie gemaakt met AI.