Wie doet wat in de brandweerauto? – De taakverdeling in een TS (brand & THV)

door | 12-11-2025 | blog

Wanneer Brandweer Gieten uitrukt bij brand of een ongeval, stapt een team met vaste rollen in de tankautospuit (TS). Voor buitenstaanders lijkt het misschien “een auto vol brandweermensen”, maar iedere plek in de wagen heeft een eigen nummer, rol en taak.

Dankzij die vaste taakverdeling weet iedereen wat er van hem of haar verwacht wordt. Dat zorgt voor snelheid, structuur en vooral veiligheid.

Die nummers gebruiken we niet alleen om de taken te verdelen, maar ook in de communicatie via de portofoon. Als je bij een incident goed luistert, kun je bijvoorbeeld horen: “110 hier de 112 brandhaard gevonden”. Dat betekent dan dat de manschap 2 (112) praat met bevelvoerder (110).

Zo weet iedereen precies wie er spreekt en wie er aangesproken wordt, zelfs als meerdere teams tegelijk aan het werk zijn. Voor omstanders klinkt dat misschien wat cryptisch, maar binnen de brandweer is het een duidelijke en veilige manier van communiceren die door heel nederland hetzelfde is.

Overzicht posities (TS)

  • 100 – Officier van Dienst Brandweer (OvD-B)
  • 110 – Bevelvoerder
  • 119 – Chauffeur/pompbediener (1e TS)
  • 111 – Manschap 1
  • 112 – Manschap 2
  • 113 – Manschap 3
  • 114 – Manschap 4
  • 115 & 116 – Aanvullende manschappen (indien aanwezig)

Taakverdeling bij brand

  • 110 – Bevelvoerder: leiding en communicatie met meldkamer.
  • 119 – Chauffeur/pompbediener: opstellen TS, pomp bedienen, water regelen.
  • 111 & 112 – Binnenaanval: eerste straal, zoeken naar brand en slachtoffers.
  • 113 & 114 – Tweede inzet: waterwinning, tweede straal, redding/ventilatie/veiligstellen.
  • 115 & 116 – Aanvullend: slangen leggen, ventilatie, verlichting, nablus.
  • 100 – OvD: coördinatie bij grotere inzetten.

Taakverdeling bij Technische Hulpverlening (THV)

  • 110 – Bevelvoerder: coördineert inzet, afstemming met politie/ambulance.
  • 119 – Chauffeur/pompbediener: voertuig veilig neerzetten, pomp/aggregaat/verlichting.
  • 111 & 112 – Technisch team: bevrijding met hydraulisch gereedschap (schaar, spreider, ram).
  • 113 – Veiligheidsman: let op stabiliteit, brandgevaar, verkeersveiligheid.
  • 114 – Gewondeverzorger: verleent eerste hulp, ondersteunt ambulancepersoneel en houdt contact met de patiënt.
  • 115 & 116 – Aanvullend: verkeer regelen, extra materiaal, verlichting, logistiek.
  • 100 – OvD: overkoepelende leiding bij grotere ongevallen.

Nummering bij meerdere TS’en

Wanneer er meer dan één tankautospuit (TS) wordt ingezet, wordt er onderscheid gemaakt in de nummering van de functies. Zo blijft er altijd duidelijkheid over wie welke rol heeft en bij welk voertuig hoort.

1e TS

  • 110 – Bevelvoerder
  • 119 – Chauffeur/pompbediener
  • 111, 112, 113, 114 – Manschappen
  • 115, 116 – Aanvullend

2e TS

  • 120 – Bevelvoerder (2e TS)
  • 129 – Chauffeur/pompbediener
  • 121, 122, 123, 124 – Manschappen
  • 125, 126 – Aanvullend

3e TS

  • 130 – Bevelvoerder (3e TS)
  • 139 – Chauffeur/pompbediener
  • 131, 132, 133, 134 – Manschappen
  • 135, 136 – Aanvullend

Enzovoort: bij een 4e TS zou de bevelvoerder 140 zijn, chauffeur 149, en de manschappen beginnen bij 141.

Rol van de 100 (Officier van Dienst)

De 100 (OvD) is de leidinggevende bij een grotere inzet.

  • De OvD heeft de operationele leiding over maximaal vier TS’en (dus t/m de 140-ploeg).
  • Hij of zij bewaakt het totaaloverzicht, stemt af met politie, ambulance, gemeente en netbeheerders, en zorgt dat de bevelvoerders (110, 120, 130, 140) hun taken kunnen uitvoeren.
  • Komt er nóg meer materieel of personeel, dan wordt er opgeschaald en neemt een Hoofd Officier van Dienst (HOvD) de coördinatie over op een hoger niveau.

Nummering bij opschaling – extra peloton

Wanneer een incident groter wordt en er meer dan vier tankautospuiten (TS’en) worden ingezet, spreken we van een tweede peloton.

Om ook dan overzicht te houden, gaat de nummering verder in de 200-serie:

  • 210 – Bevelvoerder 5e TS (eerste TS van het tweede peloton)
  • 219 – Chauffeur/pompbediener
  • 211, 212, 213, 214 – Manschappen
  • 215, 216 – Aanvullend

Hetzelfde principe geldt voor een eventueel derde peloton (de 300-serie):

  • 310 – Bevelvoerder 9e TS, 311 t/m 316 – Manschappen, 319 – Chauffeur

De nummering loopt dus per peloton op in tientallen (100, 200, 300, …).
Zo blijft voor de meldkamer, OvD en HOvD duidelijk van welke ploeg een bericht of opdracht komt – zelfs als er meer dan tien voertuigen actief zijn.

Bron Foto’s: Beeldbank VRD diverse oefeningen en incidenten